Tags

, , , ,

Schrijfster Esther Gerritsen stelt in Schrijven Magazine (nr.1 – 2017) dat een schrijver bij het uitwerken van een verhaal altijd scherp voor ogen moet houden wat hij of zij wil vertellen. ‘Er zitten wel drie miljoen blauwdrukken in je hoofd,’ legt ze uit. ‘Voor je het weet volg je die – zonder dat die voor jouw verhaal de beste zijn.’

Zij heeft een goed punt. Ik lees met regelmaat verhalen waarin ik verdwaal  en blijf haken. Tijdens die stopmomenten vraag ik me af wat wil de schrijver wil bereiken met een hoofdstuk, een verhaallijntje, een passage of met een overdaad aan details.
Niet ter zake doende informatie zorgt niet alleen voor ruis in het verhaal, maar haalt ook het tempo onderuit.

Waarom schrapt een schrijver onnodige informatie dan niet of waarom brengt hij geen eenheid aan in zijn verhaal tijdens de fase van het herschrijven? Dat blijft gissen, maar mogelijke oorzaken kunnen zijn:

  • de schrijver heeft de boodschap van het verhaal niet scherp (wat wil ik vertellen?)
  • verkeerd vertrekpunt: het verhaal is opgebouwd en uitgewerkt rondom een gebeurtenis of een hoofdpersonagedivergeren
  • onbalans in divergeren en convergeren* (het proces van het verbreden van verhaalideeën -in de ontwerpfase- naar het versmallen daarvan -in de uitwerkfase-, waarin een selectie wordt gemaakt van die ideeën die écht relevant zijn voor de te vertellen boodschap)
  • moeite met ‘darlings’ vaarwel te zeggen
  • te mooi willen vertellen (overdaad aan details die niet relevant / functioneel zijn).

*) In een nieuwe blog zal ik dieper ingaan op divergeren en convergeren.

Stappenplan voor focus en eenheid in je verhaal

Elk verhaal draait om de boodschap die een schrijver aan de lezer wil vertellen. De boodschap (ook wel thema) wordt door de schrijver niet expliciet benoemd en is aanvankelijk alleen bij hem/haar bekend. Bij een goed uitgewerkt verhaal begint jouw boodschap bij de lezer te dagen.

Wat betekent het focussen op de boodschap van je verhaal voor je schrijfaanpak?
Er bestaat in mijn ogen geen verkeerde schrijfaanpak, maar wel een aanpak die het te veel aan schrijven en schrappen aanzienlijk terugdringt, doordat de schrijver in de ontwerpfase scherp voor ogen heeft wat zijn boodschap aan de lezer is en die als leidraad hanteert.

In het onderstaande stappenplan en bijbehorend schema leg ik uit hoe je een verhaal opbouwt om eenheid en focus daarin aan te brengen.

focus

Stap 1 – het bepalen van het thema (de over te brengen boodschap door de schrijver)

Allereerst stel je jezelf de vraag wát wil ik met mijn verhaal overbrengen. Je kiest hiervoor een thema. Dit kan van alles zijn; zoals aandacht, erkenning, verbinding, mededogen, trouw, wijsheid, eenheid, zekerheid, waarheid, onafhankelijkheid of de zoektocht naar de eigen identiteit.

Stel je vindt ‘eenheid’ een boeiend thema. Bedenk dan vervolgens welke boodschap het verhaal op basis van ‘eenheid’ aan de lezer moet uitdragen. Dit kan zijn dat ‘eenheid’ een illusie is, doordat elk mens een andere betekenis en inhoud geeft aan eenheid. Of dat eenheid bijdraagt aan zingeving in het leven. Of misschien wil je vertellen dat eenheid de vrede in de wereld bevordert.

We kiezen in dit voorbeeld voor de boodschap: eenheid is een ilussie.

Stap 2 – het creëren van een personage en diens achtergrond

De volgende stap is het creëren van een personage die voor de schrijver de boodschap (eenheid is een illusie) kan uitdragen. Het personage moet daarbij een motief hebben. Er zijn legio motieven waaruit de schrijver kan kiezen, zoals spiritualiteit, extreem rechts, generatiekloof, vergankelijkheid of religie.

Stel je kiest voor het motief religie. Wie is dan jouw personage die uit kan dragen dat eenheid een illusie is vanuit het motief religie? Meest voor de hand liggend is een pastoor. Hoe breng je die boodschap dan via jouw personage over aan de lezer? Je kunt een pastoor creëren met de missie om in een wijk eenheid onder de lokale bevolking te brengen waarin hij vervolgens faalt om de lezer uiteindelijk de conclusie van jouw boodschap te kunnen laten trekken.

Voorts kleur je de achtergrond van de pastoor in. Zijn achtergrond past bij zijn doel om eenheid onder de lokale bevolking te bevorderen. Is hij misschien vastberaden en naïef? Denk daarbij ook aan zijn taalgebruik, zijn rammelende auto uit 1992 (om uitdrukking te geven aan dat hij zich niet verheven voelt boven anderen), zijn gewoontes, zijn gedachtegoed, uiterlijk en kleding.

Vooruitlopend op de inhoud (zie het schema): in welke setting situeer je de pastoor? Wanneer hij zijn missie gaat uitdragen in een goddeloze omgeving, draagt hij wellicht geen priesterlijk gewaad of strooit hij minder met teksten uit de bijbel om zijn doel onder de goddeloze buurtbewoners te bereiken. En hoe acteert de predikant in een streng gelovige omgeving om zijn doel te bereiken? Dicteert hij dan dikwijls uit de bijbel? In welke omgeving krijgt de pastoor  meer of minder weerstand? Bedenk ook welk tijdsbeeld het sterkst de boodschap naar voren kan brengen of de gewenste sfeer bij de boodschap kan oproepen (Een tijdsbeeld waarin eenheid geen groot issue is, levert minder contrasten c.q. spanning op).

Stap 3 – Het proces

Bij het selecteren van je ideeën en de uitwerking daarvan stel je je als schrijver de vraag: wat voegt dit toe aan de boodschap die ik wil vertellen? Ik hoor je denken: het conflict is toch de motor van een verhaal? Ja, dat is waar. Maar de boodschap is waar een verhaal om draait, terwijl het conflict de inhoud van een verhaal voortduwt.

De boodschap is waar een verhaal om draait, terwijl het conflict de inhoud van een verhaal voortduwt.

Een conflict is de trigger en zet het verhaal in beweging. Het conflict is altijd consistent aan de te vertellen boodschap. In dit voorbeeld moet de pastoor door het conflict verwikkelingen ondergaan waarbij de lezer tot de conclusie komt dat eenheid een illusie is. Dit kan er als volgt uitzien.

  • Beginsituatie. De naïeve pastoor is vastberaden om eenheid onder de lokale bevolking te brengen om zo tot meer samenhorigheid te komen. Hij is er stellig van overtuigd dat liefde, zelfs in de goddeloze buurt waar hij werkt, uiteindelijk de verscheidenheid onder de mensen doet verbleken. Vol goede moed en energie richt hij een buurthuis in de goddeloze wijk op om zijn doel te bereiken.
  • Middendeel. Een probleem duikt op door toedoen van andere personages. Dit probleem hindert de pastoor in het bereiken van zijn doel. Welke verwikkelingen zijn dit en hoe komt hij door de tegenwerkingen geleidelijk tot de inzichten dat eenheid een illusie is?
  • Slot. Door de verwikkelingen die de pastoor heeft ondergaan in zijn omgang met andere personages is hij veranderd ten opzichte van de beginsituatie. Hij heeft nieuwe inzichten gekregen en is daardoor niet langer naïef. Welke inzichten zijn dat? Hoe is hij in zijn omgang met de andere personages geleidelijk tot de conclusie gekomen dat alle mensen zichzelf scheppen en een uitdrukking zijn van hun eigen creatie, waardoor eenheid een onmogelijke opgave is? Aanvaardt hij nu de verscheidenheid onder de mensen en zegt hij zijn missie vaarwel door het buurthuis te sluiten?

Wanneer je als schrijver de verwikkelingen in het begin, midden en slot goed concentreert op de te vertellen boodschap, trekt de lezer via het personage de conclusie die de schrijver voor ogen had. Je geeft hiermee invulling aan focus en eenheid in je verhaal.

Stap 4 – Relatie

De overige personages sturen het conflict van de pastoor. Dit kunnen de ‘tegenwerkers’ zijn maar ook de steunpilaren die het personage een duwtje geven om een volgende stap in zijn ontwikkeling te maken.
Bedenk welke verwikkelingen nodig zijn om het hoofdpersonage zich te laten ontwikkelen naar zijn eindsituatie. Hoe en door wie wordt het personage tegengewerkt maar ook geholpen om tot de conclusie te komen dat alle mensen zichzelf scheppen en een uitdrukking zijn van hun eigen creatie? M.a.w. dat eenheid een illusie is?

Inhoud

In een goed geschreven verhaal ervaart de lezer de boodschap door de inhoud: setting, plot, woordkeus en stijl.

De setting is meer dan een decor. Het is de omgeving waarin iets gebeurt en waarbij het tijdsbeeld, de locatie, de ruimte en de sfeer de personages beïnvloeden.
In dit voorbeeld levert een goddeloze buurt en de hedendaagse tijd waarin polarisatie (de tegenhanger van eenheid) toeneemt qua setting veel contrasten en spanning. Daarmee speelt de setting een belangrijke rol in het verhaal.

De plot is het plan, de structuur van een verhaal, met alle verwikkelingen en causale verbanden binnen dat verhaal. Het is als een geraamte waaraan de boodschap wordt opgehangen.
De plot ontwikkelt zich als opeenvolging van gebeurtenissen in een verhaal waarbij elke gebeurtenis een andere veroorzaakt of ertoe leidt. Hierbij gaat het dus niet om ongerelateerde, toevallige gebeurtenissen: de gebeurtenissen hebben verband met het conflict, de worsteling die de pastoor doormaakt om zijn doel te bereiken.
De stijl en woordkeuzes van een schrijver is de manier waarop hij zich op papier uitdrukt en kan de inhoud/boodschap versterken. Het voert te ver om deze aspecten ook in deze blog uiteen te zetten; daar kom ik later nog op terug.

Wanneer je de stappen bij de opbouw en uitwerking van jouw verhaal hebt gevolgd, zul je ontdekken dat je ook invulling hebt gegeven aan de vijf W’s (wie, wat, waar, waarom en wanneer) om het verhaal rond te maken. Het ‘hoe’ zijn de verwikkelingen.

Nieuwe inzichten?

Welke schrijfinzichten heeft deze blog jou gegeven of paste jij deze schrijfaanpak al toe? Ook wanneer je vragen hebt over dit item of wellicht over het verhaal waaraan je nu werkt, reageer dan hieronder. Ik zie je reactie met belangstelling tegemoet.